Viktor Frölke woonde en werkte van 1996 tot 2005 in New York als correspondent en columnist voor achtereenvolgens Het Parool, Elsevier en NRC Handelsblad. Frölke studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. In 1996 publiceerde hij een kort verhaal, getiteld ‘Transplantatie’, in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde. In 2000 en 2001 verschenen twee geruchtmakende interviews van zijn hand in Salon.com. Ter afsluiting van zijn correspondentschap schreef hij een beschouwing getiteld ‘Metrotheorie van Multi-Etnische Verdraagzaamheid’ voor het maandblad M van NRC Handelsblad. Onder de titel ‘Ursula’ en ‘Hoe ik in leven bleef’ geestschreef Frölke twee oorlogsmemoires, die in eigen beheer werden uitgegeven. Het maandblad Esquire publiceerde in 2007 een essay-drieluik over trouwen, kinderen krijgen en scheiden. Voor Opinie & Debat van NRC Handelsblad schreef hij in december een essay over de ‘junkificatie van de privécultuur’. In de nieuwe stadsglossy NAP verscheen, in vijftien kwatrijnen, Frölkes ‘Ode aan Amsterdam’. Sinds 2003 is Frölke officieel reverend van de Universal Life Church, de enige dogmaloze kerk ter wereld, en heeft in die hoedanigheid enige tortelduifjes in de echt mogen verbinden. Omdat Frölke ook ergens van moet leven, schrijft hij sinds april 2008 boekrecensies en een column voor Het Financieele Dagblad, 's lands oudste krant. |